Planetoïde

    Wat zijn planetoïden?

    Oorsprong en benaming

    De naam planetoïde betekent zoveel als ‘planeetachtig’ en is een verwijzing naar het feit dat het hier gaat over kleine, rotsachtige hemellichamen die zijn overgebleven na het ontstaan van de planeten in ons zonnestelsel. Doordat men in de vorige eeuwen niet wist over welk type hemellichaam het ging, werd er gekozen voor de naam ‘asteroïde’ aangezien deze objecten net als sterren aan de nachtelijke hemel te zien waren. Ook na de komst van de eerste telescopen zag men deze hemelobjecten alleen als lichtpuntjes waardoor de naam asteroïde zeer vaak werd gebruikt. Dit is dan ook de reden waarom de term ‘asteroïde’ in veel talen nog steeds in gebruik is. De afgelopen jaren en decennia werden duizenden planetoïden ontdekt, die ook allemaal een eigen naam kregen. Om deze gemakkelijker te kunnen catalogeren, kregen al deze planetoïden ook een nummer in volgorde van hun ontdekking. Zo heet de eerst ontdekte planetoïde officieel '1 Ceres'. Aanvankelijk kende men enkel planetoïden die zich tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter bevonden in de planetoïdengordel. Hierdoor werden deze planetoïden gezien als restanten van een vroegere planeet die door uit elkaar zou gespat zijn door een botsing met een ander hemellichaam. De totale massa van al deze planetoïden is echter genoeg voor een hemellichaam dat een diameter heeft van de helft van dat van de Maan. Later ontdekte men ook planetoïden die dicht langs de Aarde komen waardoor het idee ontstond dat deze ontstaan zijn als gevolg van een inslag op de Maan. Huidige studies tonen dan weer aan dat sommige planetoïden ook ingevangen zijn tijdens het passeren van ons zonnestelsel.

    Omvang en samenstelling

    Planetoïden kennen we vandaag de dag is diverse vormen en afmetingen. Terwijl de grootste gekende planetoïde, Ceres, een diameter heeft van 974 kilometer zijn de kleinste gekende planetoïden niet veel groter dan enkele centimeter. Ook bestaan er planetoïden in de vorm van gruis maar deze zijn met telescopen niet waarneembaar. Doordat enkele planetoïden in het verleden al werden bezocht door onbemande ruimtetuigen hebben wetenschappers kunnen vaststellen dat deze objecten vaak een onregelmatige, aardappel vorm hebben en hun oppervlak gekenmerkt wordt door grote inslagkraters. Doordat de meeste planetoïden ook klein en licht zijn, hebben zij ook geen afgeplatte bolvorm. Uit onderzoek is gebleken dat het overgrote deel van de gekende planetoïden bestaat uit silicaten (steenmeteorieten) en koolstof. Het overige deel bestaat uit ijzer en nikkel (ijzernikkelmeteorieten). De chemische samenstelling van planetoïden wordt dan ook aangeduid in drie types: C-type (koolstofhoudende planetoïden), S-type (silicaten) en de planetoïden van het M-type (metaalachtige). De grootste groep, de C-groep, zijn vaak erg donker en bevat verbindingen die erop wijzen dat ze vroeger wellicht water hebben bevat dat verbindingen aanging met andere mineralen. De tweede grootste groep, de S-groep, zijn vrij helder en hebben een roodachtige kleur. De kleinste groep, de M-groep, bestaan wellicht volledig uit metaal en zijn mogelijk restanten van overgebleven ijzerkernen van oudere planetesimalen.

    Qr Code
    © Nieuwsberichten.eu. Alle rechten voorbehouden.
    Free Joomla! templates by Engine Templates